Nasaliteit (neusspraak)

Lucht gaat tijdens het spreken door je mond naar buiten. Bijna alle klanken worden op deze manier gevormd. Soms gaat de lucht door de neus naar buiten, dit gebeurt bij de medeklinkers /m/, /n/ en /ng/. Het achterste, zachte deel van het gehemelte kan bewegen en hierdoor voor een afsluiting van lucht door de neusholte zorgen.

Bij nasaliteit gaat het om lucht die teveel door de neus ontsnapt (open nasaliteit) of lucht die bij de uitspraak van de nasale medeklinkers /m/, /n/, /ng/ door de mond ontsnapt (gesloten nasaliteit). Wanneer het zachte gehemelte onvoldoende beweegt is sprake van velopharyngeale incompetentie (VPI). Dit kan samen met schisis of een syndroom voorkomen.

Articulatiestoornissen

Bij articulatiestoornissen gaat het om spraakklanken die worden weggelaten, vervangen of vervormd. De bekendste articulatiestoornissen zijn lispelen/ slissen, hierbij worden de /t/, /n/, /l/, /d/ en /s/ klank tussen of tegen de voortanden uitgesproken en het niet kunnen uitspreken van de /r/ en /l/ klanken. Daarnaast komen ook meervoudige articulatiestoornissen voor, hierbij worden meerdere klanken weggelaten, vervangen of vervormd. Een voorbeeld van het weglaten van een klank is toep ipv stoep. Een voorbeeld van het vervangen van een klank is tonijn ipv konijn en toten ipv koken, waarbij de k wordt uitgesproken als een t klank.

Broddelen

Broddelen is een stoornis in het spreken, die zich uit als een niet-vloeiende of a-ritmische, moeilijk verstaanbare spraak. Opvallend zijn een slappe uitspraak en een hoog spreektempo, het ineenschuiven van woorden (bijvoorbeeld ‘tevisie’ in plaats van 'televisie'), stopwoordjes, snelle woordherhalingen en klankherhalingen, en moeilijkheden met het formuleren van gedachten, ook schriftelijk. De luisteraar zal de persoon die broddelt vaak slecht verstaan en reageren met: "Wat zeg je?". De spreker merkt wel dat er iets mis is met zijn spreken, maar hij weet niet precies wat.

Broddelen is als een stoornis in de communicatie te beschouwen. Doordat er bij broddelen herhalingen van woorden en klanken zijn, lijkt het soms op stotteren. Een duidelijk verschil met stotteren is dat de broddelaar niet opmerkt dat zijn spreken herhalingen en onduidelijkheden vertoont en de stotteraar meestal wel. De oorzaak van broddelen is terug te voeren op een onvoldoende rijping van het centrale zenuwstelsel. De spraak- en taalontwikkeling verlopen daardoor niet evenwichtig.

Stotteren

Als een kind van een jaar of vier niet helemaal vloeiend spreekt, is het vaak moeilijk te bepalen of er sprake is van beginnend stotteren. Het leren spreken van een kind gaat, net zoals het leren lopen, gepaard met vallen en opstaan. Kinderen die leren spreken struikelen vaak over hun woorden. Dit struikelen en hakkelen is heel normaal in deze fase van de taalontwikkeling. Door oefening wordt het taalgebruik en het gebruik van de mondspieren getraind. Als een kind snel wil spreken, bijvoorbeeld als hij opgewonden is, schiet zijn spreekvaardigheid door de gehaastheid, de nog beperkte woordenschat en de onvoldoende getrainde mondspieren tekort. Het kind praat haperend. Dit wordt ook wel ontwikkelingsstotteren of fysiologisch stotteren genoemd. Als de spraaktaalontwikkeling vordert, zal dit stotteren vanzelf verdwijnen, vooral wanneer de ouders er niet te veel aandacht aan besteden, niet corrigeren en zelf vooral rustig spreken tegen hun kind. Om het spreken te beoordelen kunt u de Screeningslijst Stotteren (SLS) invullen. SLS koppelen aan deze link: www.stotteren.nl/ouders/screeningslijst-voor-stotteren-sls.html

Taalontwikkelingsstoornissen

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen problemen ervaren bij de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) en het taalgebruik. Voor meer informatie over de taalontwikkelingklik hier

(mogen jullie beoordelen)

Sensorische informatie verwerking

Sensorische informatieverwerking is het proces waarbij onze zintuigen informatie geven die wij nodig hebben om te kunnen overleven en te kunnen functioneren in het dagelijkse leven. Veiligheid en het kunnen aanpassen aan de wisselende omstandigheden wordt door de informatie vanuit de zintuigen geregeld. De zintuigen ontvangen informatie van zowel binnen als buiten ons lichaam.
De verschillende zintuigen die informatie geven van buiten zijn de ogen, de oren, de reuk en smaak, de tastzin. De zintuigen die informatie geven van binnen uit zijn het evenwichtsorgaan, het gevoel uit de spieren en gewrichten en het gevoel vanuit onze inwendige organen. Bij activiteiten gebruiken we diverse zintuigen tegelijkertijd. De informatie die via de zintuigen wordt ontvangen komt samen in het zenuwstelsel en dit zorgt ervoor dat de informatie goed wordt verwerkt. Op deze manier is duidelijk wat in ons lichaam en in de omgeving aan de hand is, en kan daarop adequaat worden gereageerd. Ieder mens reageert anders op het ervaren en verwerken van zintuiglijke prikkels. Het is mogelijk om belangrijke en onbelangrijke informatie van elkaar te onderscheiden en hierdoor kan men de informatie die belangrijk is adequaat gebruiken. De zintuigen informeren en helpen ons de hele dag door om doelgerichte en doelbewuste reacties te kunnen geven.

Problemen die vanuit de sensorische informatieverwerking kunnen ontstaan en een relatie hebben met logopedie zijn wisselend. In de spraak kunnen problemen ontstaan wanneer niet duidelijk is hoe je de tong, lippen en andere spieren in het gezicht moet bewegen om duidelijk te kunnen spreken, omdat je dit niet goed voelt. Wanneer problemen ontstaan in het voelen van de verschillende soorten voedsel in het mondgebied kunnen problemen ontstaan met eten en drinken.